Pad Thai is misschien wel het beroemdste gerecht van Thailand, maar het is verrassend jong. Pas in de jaren '30 en '40 van de vorige eeuw werd het echt populair, tijdens een nationale campagne van premier Plaek Phibunsongkhram. Hij wilde één Thaise identiteit smeden — in diezelfde periode veranderde het land zelfs zijn naam van Siam in Thailand.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er een tekort aan rijst. De overheid moedigde mensen aan om noedels te eten in plaats van rijst, deelde gratis noedelkarren uit en verspreidde een recept voor een nieuw 'nationaal gerecht': gebakken rijstnoedels op z'n Thais. De noedels en de roerbaktechniek zelf hebben Chinese wortels — Pad Thai is dus eigenlijk een mooi voorbeeld van hoe Thailand invloeden van buiten omarmt en er iets helemaal eigens van maakt.
Het geheim van een goede Pad Thai zit in de balans. Zoet (palmsuiker), zuur (tamarinde) en zout (vissaus) houden elkaar perfect in evenwicht — geen enkele smaak overheerst. Daar komt de knapperigheid van verse taugé en geroosterde pinda's bij, de frisheid van een kneepje limoen, en de lichte rooksmaak van noedels die kort en heet in de wok zijn gebakken.
Een echte Pad Thai is niet zoetig of papperig, maar juist licht, droog en vol 'bite'. Precies zo bakken wij 'm voor je.
Pad Thai is heerlijk op zichzelf, maar smaakt extra goed met een frisse Thaise thee of een licht biertje. Hou je van pittig? Vraag dan om een extra schepje chili.