Panang curry is de curry voor wie houdt van rijke, romige smaken zonder te veel hitte. Het geheim zit in de geroosterde pinda's die door de currypasta worden gemalen. Die geven een nootachtige zoetheid die Panang anders maakt dan alle andere Thaise curry's.
De saus is dikker en romiger dan bij groene of rode curry. Het is bijna een jus — rijk, vol en fluwelen. In Thailand wordt Panang vaak met rundvlees geserveerd, maar het is met elke proteïne lekker.
Panang curry is het meest toegankelijke Thaise gerecht dat er is. De pittigheid is mild, de smaak is rond en warm, en de textuur is troostend. Voor mensen die nog nooit Thais hebben gegeten, is dit de perfecte start. En voor doorgewinterde Thai-fans is het het gerecht waar ze steeds weer naar terugkeren als ze iets rustigs willen.
Onze Panang curry begint met verse currypasta die we bakken in de dikke kokosmelk tot de olie gaat schiften — dat is het teken dat de pasta gaar is en zijn volle smaak afgeeft. Daarna voegen we de dunne kokosmelk toe, de proteïne, en laten we alles zachtjes pruttelen. De kaffir limoenblaadjes die we er vlak voor het serveren doorheen mengen geven een frisse lift.
Jasmijnrijst is de standaard. Maar probeer het ook eens met kleefrijst — de zoete, plakkerige rijst past verrassend goed bij de romige pindasaus.